Lesplan Scarfball

Wat is dat, een scarfball? 

Een scarfball, een slimme combinatie van een balletje en een sjaaltje (scarf is het Engelse woord voor sjaal), is gemaakt als oefenmateriaal om kinderen te leren jongleren, gooien en vangen. Als je de scarfball werpt, zorgt het sjaaltje voor een vertraagde vlucht, waardoor het balletje makkelijk te volgen is. De scarfball is lichtgewicht en weegt slechts 12 gram. Hij wordt geleverd in een set van zes verschillende vrolijke kleuren. De bal, het ‘hoofdje’, heeft een diameter van circa 5 centimeter. Bal en sjaal, de ‘staart’, zijn samen ongeveer 30 centimeter lang.

De scarfball in je hondentraining

Er zijn allerlei leuke manieren om de scarfball in te zetten in je hondentraining. Maar let op! Er gelden wél een paar spelregels:
- Laat een hond nooit alleen met een scarfball.
- Gebruik de scarfball alleen onder toezicht.
- Zet de scarfball alleen in bij honden die met dit soort voorwerpen kunnen omgaan.
- Zorg dat de hond de scarfball niet kapot kan maken of (delen ervan) kan inslikken.
- Grijp meteen in zodra je ziet dat de hond te ruw met de scarfball omgaat.
Weet je niet wat een hond met de scarfball gaat doen? Blijf de scarfball dan zelf vasthouden en geef hem niet af aan de hond. Ken de hond in kwestie, neem je verantwoordelijkheid en kies alleen de oefeningen die bij de hond passen en waar je een goed gevoel over hebt.

Kennismaken

Laat de hond eerst wennen aan de ‘look and feel’ van de scarfball door hem er rustig aan te laten ruiken. Houd de scarfball daarbij vast in je hand, zonder ermee te bewegen of wapperen. Maakt de hond geen aanstalten om de scarfball te pakken? Leg hem dan rustig neer op de grond, tussen of bij de voorpoten van de hond. Dit is een mooie zelfbeheersingstest. Wat doet de hond? Snuffelen mag, ongevraagd vastpakken of, erger nog, gaan slopen, niet. Grijp in zodra de hond aanstalten maakt te ruw met de scarfball om te gaan. Dat is onherroepelijk het einde van het spel.

Je poot erop zetten en met je bek aan de scarfball trekken, zoals hier, is dus niet de bedoeling!


Kleur bekennen

Er zijn scarfballen in alle kleuren van de regenboog: blauw, geel, groen, rood, oranje en paars. Welke kleur vind jij het beste bij de hond passen, en waarom?
Denk bijvoorbeeld bij blauw aan koel en kalm, bij geel aan zonnig en vrolijk, bij rood aan liefde of passie, bij oranje aan vurig, bij groen aan rustig of natuurlijk en bij paars aan spiritualiteit of ingetogenheid.
Nadenken over welke kleur je bij je hond vindt passen, biedt je een leuke mogelijkheid om eens stil te staan bij het karakter van je hond. Als je met cursisten werkt: welke kleur kiezen zij voor hun hond? Misschien moet je de gele, oranje en rode types wel extra in de gaten houden tijdens het werken met de scarfball!

‘Ontballen’

Hieronder vind je een aantal leuke oefeningen met een scarfball. Gaat je hond, al bij de bovengenoemde kennismaking of tijdens een van onderstaande oefeningen, te ruw met de scarfball om? Begint hij te trekken of slopen? Dan stop je de oefening. Vanaf nu speel je eerst een ander spel: we gaan de hond ‘ontballen’ en hem leren dat de scarfball met rust laten meer oplevert dan aandacht aan de bal schenken.

Verstop de scarfball hiervoor eerst bijna helemaal in je hand, zodat de hond hem niet kan pakken, en houd je hand in de buurt van de neus van je hond. Proberen aan de bal te zitten levert niets op, van de bal wegkijken betekent lekkers verdienen!

Beloon vooral de momenten waarop de hond echt actief laat zien dat hij zijn best doet de bal te negeren, bijvoorbeeld door zijn hoofd of ogen af te wenden, uitbundig. Goed zo, knappe hond, dát is ‘negeer!’ Maak deze oefening in het begin niet te moeilijk en voorkom dat de hond de fout in kan gaan. Gebeurt dat onverhoopt toch? Pak de scarfball dan rustig af en gebruik daarbij een stemsignaal als ‘leave it’ of ‘niet kapotmaken’. Wil de hond de scarfball niet afgeven of loslaten? Niet gaan trekken, maar de scarfball ruilen voor iets lekkers. Houd de hond indien nodig aangelijnd, zodat hij er niet met de scarfball vandoor kan gaan.

Voer de moeilijkheidsgraad van het negeren steeds iets op en maak de afstand tussen de scarfball en de hond steeds iets kleiner. Kan de hond de bal met rust laten als we hem die voorhouden? Boven zijn hoofd laten bungelen? Heen en weer bewegen? Tussen zijn voorpoten leggen? Uit de lucht op de grond laten vallen? Laten wapperen? Langs hem heen gooien?

Zelfbeheersings-variant: zet een emmer op de grond en gooi de scarfball in de emmer, waarbij de hond netjes moet blijven zitten. Eerst met de emmer op enige afstand van de hond, maar je kunt de emmer later ook dichtbij naast of voor de hond zetten, of achter de hond, waarbij jij de scarfball over de hond heen in de emmer gooit.

Rust, zelfbeheersing en (leren) luisteren naar wat de ander bedoelt: daar draait het hier allemaal om!

Touch!

Als de hond de scarfball netjes met rust laat, kun je het werken met de bal gaan opbouwen. We beginnen met ‘touch’: de hond met zijn neus het ‘hoofdje’ van de scarfball leren aanraken. Zie hiervoor de foto’s bij ‘ontballen’: houd het ‘nekje’ van de scarfball tussen duim en wijsvinger vast of verstop, als de verleiding om in de bal te happen voor de hond te groot is, het hoofdje en de ‘staart’ van de bal bijna helemaal in je hand, zodat er nog maar een heel klein oppervlak overblijft om aan te raken. De hond leren de bal rustig met zijn neus aan te raken is eigenlijk heel simpel: tien tegen één dat hij even aan de bal zal ruiken als je die bij zijn neus houdt of met je vinger aanwijst. Super, beloon: goed zo, dát is ‘touch’! Gaat dat goed, dan kun je de bal boven zijn neus houden voor een ‘touch’.

Denk eraan: rustig aanraken en… niet happen!

Als je de hond eerst hebt ‘ontbald’, heeft hij misschien wat meer aanmoediging nodig om de scarfball aan te raken, zeker als je bij het ontballen met bijvoorbeeld ‘nee!’ of ‘afblijven!’ misschien net iets te scherp in je bewoordingen (niet nodig, ontballen is geen straf!) bent geweest. Gaat de ‘touch’ goed? Dan kun je door naar de volgende oefening:

Vastpakken en trekken

We gaan de hond nu leren het hoofdje van de scarfball rustig vast te pakken (‘vastpakken’) om er daarna rustig aan te trekken (‘trek!’). Doe dat eerst door de scarfball vanuit je hand aan de hond aan te bieden. Houd de scarfball zo vast dat de hele staart in je hand verstopt zit en alleen het hoofdje uitsteekt. Zodra de hond het hoofdje met zijn bek pakt, kun je hem langzaam de rest van de sjaal uit je hand laten trekken, zoals een goochelaar een sjaal uit zijn hand ‘tovert’ of zoals je een tissue uit een doos trekt.

Lukt dat goed? Dan kun je de scarfball met de uiteinden van de sjaal vastknopen aan bijvoorbeeld een handgreep van een keukenkastje, met het balletje naar beneden. Doe de hond een paar keer voor hoe je zelf aan het balletje trekt om het kastje open te krijgen.

 

 

 

 

 

 

Nu mag je hond het proberen. Houd het balletje daarbij eerst nog even voor hem vast en vraag om een ‘trek’. Daarna mag hij de oefening op eigen kracht uitvoeren. ‘Trek!’ Voilà: je hebt een hulphond! Beheerst en gericht trekken is best moeilijk. Moedig je hond aan en beloon!

Oprapen

Nu je hond je toch aan het helpen is, kun je hem meteen leren iets voor je van de grond te pakken. Ook dat kan met behulp van de scarfball. We gebruiken het signaal ‘oh-oh’ (zoals de Teletubbies altijd zeggen), in het begin gekoppeld aan het signaal ‘vastpakken’ dat de hond al kent van het keukenkastje openmaken. Laat de scarfball rustig voor de hond op de grond vallen en zeg tegelijkertijd: ‘Oh-oh, kun jij hem voor me vastpakken?’ Grote kans dat de hond, getriggerd door het naar beneden ‘dwarrelende’ sjaaltje, de scarfball van de grond pakt.

Pak de scarfball, zodra de hond deze in zijn bek heeft, direct (direct, zonder dat de hond de kans krijgt de scarfball weer te laten vallen, daarin zit hem de kneep!) aan door te ruilen voor iets lekkers. Netjes opgeraapt, knappe hond! Beloon alleen de pogingen waarbij de hond de scarfball netjes afgeeft in je hand, anders leert hij jou supersnel dat jij hem wel van de grond raapt. Variant: vraag de hond de scarfball die je op de grond laat vallen niet op te pakken, maar met bijvoorbeeld een ‘laat maar’ te negeren. Dat is weer een vorm van ‘ontballen’.

Oh-oh!                      Geeft niets, ik pak hem wel op hoor!                                     Alsjeblieft!

Puzzelen

Van de scarfball kun je in een handomdraai een puzzel voor je hond maken. Let op, ook hier geldt weer: niet slopen, maar rustig en beheerst werken!

Leg de scarfball opengevouwen voor de hond neer: voilà, daar is je ‘puzzelbord’ waarop, waarin en waaronder je brokjes kunt verstoppen.

In het begin maak je de puzzel heel makkelijk door de brokjes alleen om de scarfball heen te leggen, dus nog niet op of onder de stof zelf. Dat voorkomt dat de hond meteen ongecontroleerd aan het sjaaltje gaat plukken en trekken om bij de brokjes te komen. Daarna leg je wat brokjes om en op de stof, zodat ze makkelijk te pakken zijn.

 



Pakt de hond de brokjes rustig en beheerst van de stof af? Dan kun je wat brokjes onder de stof gaan verstoppen. Gaat ook dat goed? Dan kun je de puzzel steeds ietsje moeilijker maken door de scarfball dicht te vouwen met brokjes erin. Help de hond indien nodig door hem te laten zien hoe je de lagen kunt ontvouwen. Puzzelen doe je samen!


Vangen

Je kunt je hond leren de scarfball te vangen. Ga niet meteen gooien, maar geef de scarfball eerst vanuit je hand aan of ‘drop’ hem als het ware eerst rustig van bovenaf in de bek van de hond. Daarna kun je het vangspel rustig uitbouwen door de afstand tussen jou en de hond steeds iets te vergroten. Laat de hond rustig wachten tot jij met een signaal als bijvoorbeeld ‘Ready… steady… catch!’ aangeeft dat hij op ‘catch!’ in actie mag komen om te vangen.

 

Let op! Zorg dat je, als je de scarfball naar je hond gooit, de scarfball altijd voor hem gooit, en niet boven of achter hem! Dat voorkomt dat de hond onverhoopt rare sprongen of draaien met zijn rug moet maken om de scarfball te vangen. Oefen indien nodig eerst zonder hond met werpen door de scarfball in een emmer of richting een voorwerp dat even voor hond speelt te gooien. Het balletje is heel licht en het sjaaltje zorgt voor een vertraagde vlucht, dus het vergt even wat techniek van de handler om de scarfball op de juiste plek te krijgen.

Ontbal-variant: gooi (of geef, of sla met een racket) de scarfball over tussen twee personen die tot drie meter (of iets verder, als je echt ‘hard’ met de scarfball kunt gooien) uit elkaar staan. De hond moet rustig naast of voor de handler blijven zitten. Beloon iedere keer als de hond blijft zitten als je werpt of vangt.

Zoek!

Je kunt de scarfball voor je hond in huis verstoppen. Maak de oefening eerst heel makkelijk en daarna stapje voor stapje steeds iets moeilijker.

Begin bijvoorbeeld met het verstoppen van de scarfball onder een kussen op de bank, eerst zodanig dat de scarfball bijna nog helemaal zichtbaar is. Simpel, natuurlijk, maar zo bezorg je de hond wel een goed gevoel: ‘Kijk eens baas, eitje, dit kan ik!’ Als je het zoekspel meteen (te) moeilijk maakt, is de kans groot dat je hond het opgeeft en afhaakt.

 


Laat de scarfball steeds iets minder onder het kussen uit steken, tot je de scarfball helemaal uit het zicht kunt verstoppen. Oefen dan ook op andere plekken in huis. Maak het zoekspel indien nodig weer even iets makkelijker.

Je kunt de scarfball niet alleen binnen, maar ook buiten verstoppen. Iemand anders kan de scarfball voor je verstoppen of jij kunt de scarfball verstoppen terwijl je hond netjes even blijft zitten. Stuur de hond vervolgens met een simpel ‘zoek!’ uit. Je zult versteld staan hoeveel honden vervolgens vrolijk met de scarfball in hun bek terugkomen en zo haast als ‘vanzelf’ leren apporteren! Het oppakken, vasthouden en terugbrengen gebeurt natuurlijk weer rustig, anders ga je een stap terug in je training.

Tip

Verstop de scarfball eens wat hoger van de grond af: net boven neushoogte van de hond. Honden zijn vaak gewend om alleen op de grond te zoeken. Als je voorwerpen iets hoger voor ze verstopt, geeft dat het zoeken vaak een geheel nieuwe dimensie. Pas op dat je de scarfball ook weer niet zo hoog hangt dat de hond hem bij het pakken kapot kan trekken.

Zoekvariant: verstop de scarfball in een rij op hun zijkant liggende pylonnen en laat je hond de scarfball zoeken. Stukje moeilijker: verstop de scarfball onder een rechtopstaande pylon en laat de hond aangeven onder welke pylon uit de rij de scarfball ligt. Hoe laat hij je weten dat hij de scarfball gevonden heeft? Iedere hond ‘verwijst’ op zijn eigen manier!

Vooruit!

Maak van de scarfball een vooruitstuur-target door de scarfball ondersteboven aan zijn staart aan bijvoorbeeld een struik of hek te hangen, met het balletje naar beneden. Vraag de hond het balletje te ‘touchen’ en loop na iedere goede touch een stap naar achteren. Nu kun je hem over een steeds grotere afstand vooruit gaan sturen én terugroepen.

Werken met meer scarfballen

 

Scarfball-snuffeljacht: verstop in huis of tuin meerdere scarfballen. Lukt het je hond om ze allemaal op te sporen?

Scarfball-sorteerspel: lukt het je hond de scarfball met jouw (meest verse) geur uit een hoop andere scarfballen te halen? Om zeker te weten dat je hond de juiste heeft binnengebracht, kun je de scarfball merken door er met een stift een stipje of merktekentje op te zetten.


Heel veel scarfball-plezier!



 


Tekst & beeld © 2015 Judith Lissenberg
Dit lesplan is gemaakt in het kader van de lezing/workshop ‘De bal is hond’
Met dank aan Alprovi trainingsmaterialen, www.sportenspelvoordieren.nl

Wilt u het lesplan uitprinten klik hier